Elementaire deeltjes voor CYTHERA.

....Nomadiseren

Dankzij een enorme passie en een drang naar ervaring, wordt het ‘zijn’ gevormd. Het zijn in beweging. Het verandert en evolueert. Deze verandering manifesteert zich door de omgang met de gefilterde gegevens.
Ik verwerk deze gefilterde gegevens in mijn beelden door een letterlijk (tekenkundig sample) en een figuurlijke (inhoudelijk sample) metamorfose en een letterlijk uitdeinen en inkrimpen (micro -en macroschaal van mijn tekeningen). Om dat te realiseren is een oppervlakte-denken cruciaal. Een ongebreideld, losgekoppeld en associatief denken. Los van alle standvastige koppigheid.
Het ongebreidelde denken op zich, bevestigt echter het aanwezig zijn van een mentaal gevangen gevoel. Net het ‘zich willen losscheuren van’ bevestigt de aanwezigheid van ‘iets waarvan men los wilt zijn’. Precies daarom mag vrijheid geen verlangen zijn: vrijheid is een staat van zijn. Dat geldt als drijfveer voor eigen beeldend werk.

‘... er is niets in deze hele wereld dat blijft. Alles verglijdt, elk ding krijgt vorm en gaat voorbij. Ja, ook de tijd verstrijkt in een gestadige beweging als een rivier, die net zomin haar stroom kan stuiten als een vluchtig uur kan stilstaan; zoals water water voortstuwt en in de rug geduwd wordt, maar ook zelf naar voren duwt, zo holt de tijd vooruit en zit zichzelf achterna en vernieuwt zich steeds...’

(uit: Metamorphoses; Publius Ovidius Naso, vertaald door M. D’Hane-Scheltema, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam 2006, 459 blz.)

Het werk ‘op zich’ nomadiseert mede door iedere blik die erop rust. Het reist doorheen haar identiteit door de vele intrinsieke associaties die gemaakt worden. Bovendien nomadiseer ik dankzij de blik van het werk, van de toeschouwer en van mezelf.

Met deze vrije gedachtestroom bouw ik mijn beelden op. Assembleer ik, collageer ik momentopnames binnen een groter geheel. Straks wordt daar dieper op ingegaan.

Zowel mijn tekeningen als mijn 3-dimensioneel werk ontstaan uit een interesse voor mythologie, legende, fabel, parabel en bijbelverhaal. Het zijn vertellingen die naderhand een eigen leven lijden. Dat doen ze ondermeer door die beschouwingen vanuit verschillende invalshoeken.

Het motto dat schuilt achter de visie op mijn werk, is het motto van de allegorie. (een allegorie houdt in dat er twee of meer abstracte begrippen een personificatie ondergaan binnen het beeldend werk; vb. de waarheid en de lust) De allegorie als parodie of als tragedie binnen een begrensde en onbegrensde werkelijkheid.

Ook mag een moraliserend beeld over de werkelijkheid niet het doel zijn. Eerder het middel. Het eindresultaat moet geen messen werpen, maar in vraag stellen. Een parodiëring / tragediëring van ervaringen dient tot verwerking (van de gefilterde gegevens) voor de protagonist (kunstenaar). (Deze verwerking mag zeker niet gezien worden als therapeutisch gegeven. Ze moet eerder benaderd worden als denkwijze.)
De tragedie kent immers de cynische blik. Niet slechts de melancholische, dramatische blik. Deze beeldende strategie echter leidt niet tot vrijblijvendheid. Ze dient tot veranderlijkheid. Deze veranderlijkheid, vrijheid, evolutie zit vervat in ieder element (micro) op zich en in het beeld als geheel (macro). De metamorfose manifesteert zich in iedere figuur, in ieder tafereel en in ieder geheel. De metamorfose trekt zich in één lijn door van idee, naar werk, van kunstenaar naar toeschouwer en zo terug.
Ik wil mensen confronteren met zichzelf door mezelf te confronteren met mezelf. Elke moment opnieuw.

.....Reflectie