........Betekenen
Nog een manier voor de kunstenaar om te nomadiseren, is het reizen doorheen de database van de tijd. Het archief van wat al gecreëerd is. Elke eerder gecreëerde kunst, cultuur,…is een bron voor de mensheid. Zeker voor de kunstenaar. De geschiedenis is een fundament. Jij hebt je voorkeur voor bepaalde pijlers en tracht daarop te steunen. Ze worden jou zuil tijdens het proces van individuele zelfherschepping. Het is immers zo dat het fundament (het resultaat van de rooftocht), voor de kunstenaar, een basis is voor de artistieke metamorfose.
Wanneer volgens van Doesburg, de natuur een indirecte bron is voor de schoonheid, de eenvoud, de rust, de harmonie, dan is ook de cultuur zo’n indirecte bron. Dan is ook de kunst die zich indirect op de natuur baseerde, een archief voor de actuele kunstenaar. Zo is het althans voor mij.
Klassieke kunst herleidt de werkelijkheid naar haar essentie. Verscheidene moderne takken doen dat ook. Van Doesburg keert zelfs terug naar de Petrogliefen van de prehistorische Europeanen. Deze hebben immers de natuur als indirecte bron. Volgens van Doesburg is de Barok de enige stijl/stroming die daaraan ontsnapt. Daar ga ik echter niet zomaar mee akkoord:
Wat zeker is, is dat Barok de stijl van de contrareformatie is.
Daarmee bedoel ik: ze herbergt de grootste leegte binnen de grootste
overdrevenheid. Is leegte niet de reinste essentie? Waar de Kerk
onderuit ging en verdeeld raakte, bleef ze de wereld een gordijn van
pracht en praal en hemel, voorhouden. Barok was een dramatisering van de
ontkenning van een aanwezige angst. De angst om verloren te gaan. De
Kerk vreesde te vallen. De tegenreactie was een overreactie. Wat het
instituut hier meemaakte, is een normaal fenomeen eigen aan het
menselijke individuele en collectieve zijn. Zelfbehoud.
De leegte van mij als persoon wordt opgevuld door het tekenen. Lacan
ging ook van deze veronderstelling uit (het Fantasma (van betekenaren)).
Elke mens is behoeftig aan iets om zijn aanwezigheid te bevestigen. Daar
kan ik in komen. Het is immers zo dat elke mens op zijn manier behoeftig
is om zaken te verwezenlijken. Het woord zegt het zelf: behoeftig om
tastbaar, materieel, werkelijk te maken.
De theorie van Lacan interesseert mij niet dusdanig. In tegenstelling
tot zijn concrete theoretisch aanpak, verkies ik een historisch
poëtische aanpak van de realiteit. Daarom mijn grote voorliefde voor de
Duitse Romantiek, de middeleeuwen, de klassieke oudheid, de renaissance
en barok...
Op een gelijkaardige manier, maar in poëtischere bewoordingen, raakt
Rainer Maria Rilke deze menselijke behoefte aan. Hij vertelt in een
brief aan een andere jonge Poëet (Franz Xaver Kappus) over de
onderhuidse ongeremde drang te doen wat je doet. De behoefte vb. om
poëzie te schrijven moet vanuit je hart, vanuit je volledige persoon,
net die behoefte zijn, die je maakt tot het subject dat jij bent:
“Sie sehen nach auβen, und das vor allem dürften Sie jetzt nicht tun. Niemand kann Ihnen raten und helfen, niemand. Es gibt nur ein einziges Mittel. Gehen Sie in sich. Erforschen Sie den Grund, der Sie schreiben heiβt; prüfen Sie, ob er in der tiefsten Stelle Ihres Herzens seine Wurzeln ausstreckt, gestehen Sie sich ein, ob Sie sterben müβten, wenn es Ihnen versagt würde zu schreiben. Dieses vor allem: fragen Sie sich in der stillsten Stunde Ihrer Nacht: muβ ich schreiben? Graben Sie in sich nach einer tiefen Antwort. Und wenn diese zustimmend lauten sollte, wenn Sie mit einem starken und einfachen “Ich muβ” dieser ernsten Frage begegnen dürfen, dann bauen Sie Ihr Leben nach dieser Notwendigkeit; Ihr Leben bis hinein in seine gleichgültigste und geringste Stunde muβ ein Zeichen und Zeugnis werden diesem Drange. Dann nähern Sie sich der Natur.”
(Rainer Maria Rilke, am 17. Februar 1903)
Tekenen maakt mij tot de persoon die ik ben.
Het vult de leegte van mij, als subject, op. Daar blijft het natuurlijk
niet bij. Elke interesse, karaktertrek (…) maakt je immers tot de
persoon die je bent. Toch is er één iets dat domineert. Het lijkt
misschien een ongerijmde veralgemening; doch, één interesse domineert
bij het gros van de mensen.
Een aantal andere interesses domineren mijn dagelijks leven. De nadruk
wordt echter op tekenen gelegd. Dat is de grootste gemene deler van mijn
subject.
Elk tekenen is door de vereniging van persoonskenmerken, een zelf-
portretteren.
Een tweede pad plavei ik als volgt: binnen de middeleeuwen, blijken
het ridderlijke en het heldhaftige me altijd te hebben aangesproken. Als
kind maakte ik wapens en schilden, speelde ik ridder en schavuit.
Heraldiek, of wapenschildkunde gingen me intrigeren. Het wapenschild dat
onderhuids een zelfportret is. Wapenschild als zelfportret van één
persoon, van een gezin, een stam en van een volk. Het is duidelijk dat
het wil opvullen, wat leeg is. Het wil m.a.w. betekenis geven: de angst
om verloren te gaan, verdrijven. De status, de betekenis is
afhankelijk van de ervaring (de geschiedenis) van de persoon, de stam,
het volk.
Een direct te volgen associatie, is de link met mythologie: zij wil
betekenis geven aan menselijke zaken, onverklaarbare dingen,
natuurverschijnsels en buitenmenselijke gebeurtenissen. Ze vormt een
schild, een bescherming voor ‘het onbekende’. Zo ook heel concreet, het
wapenschild. Minder concreet; het ‘tekenen’ voor mij als subject. De
tekening als opvulling van persoonlijke vraagtekens. De tekening als
noodzaak, voor mij als mens om iets te gaan betekenen. De tekening als
wapenschild.
Dan geef je jezelf binnen de drang om te tekenen quasi disciplinair
opdrachten. Deze opdrachten vullen de zinloosheid, de leegte op.
Bovendien doen ze vernieuwen. Als er geen persoonlijke opdrachten zijn,
gebonden aan een nieuwe associatie (stuk van het fundament, van het
oppervlak, waarbinnen je mentaal beweegt), dan is er stagnatie. Het
verlangen mag nooit dood zijn. Dat blijft leven door het blijvend
handelen. Daardoor wordt het verlangen naar vernieuwing gestimuleerd: de
herschepping.
Je tekent zaken die je interesseren, die je op één of andere manier
bezighouden. Je bakent je territorium af. Wees wel bereid het af te
bakenen met een schapendraad, zodoende kun je steeds je terrein
uitbreiden (Nomos & Logos, Gilles Deleuze): de grootte van je scène en
je theaterzaal bepalen.