Elementaire deeltjes voor CYTHERA.

.........Theatrum Mundi

Ook tijdens de barok werden territoria afgebakend. Werden grenzen verkend. Het lijkt een periode van een bombastisch platwalsen van alles wat tot dan toe gekend was. Niets is echter meer en tegelijk minder waar. Tijdens de barok werd het leven in gegoede kringen weliswaar beschouwd als een waar theater. ‘Theatrum Mundi’ werd het wel eens genoemd of zoals de opera van Caldéron de la Barca; ‘El Gran Theatro del Mundo’(1645). Het idee ging uit van een antieke topos: het leven als spel.

Dat spel was een regelrechte vlucht. Weg van sociale conflicten, oorlogen en religieuze wrevel. Toch werd ook tijdens het spel, dat voornamelijk door rijken en geestelijken werd gespeeld, gesproken en beslist over echte gebeurtenissen.
Om het kale schrale werkelijke leven, werd in een bombastisch en geënsceneerd spel, gedobbeld. Duidelijk niet door diegenen die er het meest onder leden. De zelfenscenering betrof hen die de meeste macht hadden over de niet-geënsceneerde wereld. Er werd een spel gecreëerd midden in het spel. Een gemaakt spel in het werkelijke wereldtoneel. Een ‘mise en abyme’. Natuurlijk viel een heleboel in duigen, bij de dood van zo’n hoge regisseur-acteur, die beide spelen met smaak vertegenwoordigde. Vandaar de talrijke Vanitas taferelen. Vergankelijkheid en ijdelheid troef! Gezagsdragers en rijken verloren immers het meest en leefden daarom in intense doodsangst. Wat had een zwerver te verliezen, behalve zijn eigen leven?

Alles wat die gegoede spelers deden, was te verantwoorden. Het was ogenschijnlijk door God bepaald. Zoals Amerikaanse presidenten af en toe eens “God bless America” plachten te roepen. Zo werd alles goedgekeurd en kon vervolgens nog veel meer dan dat.
Toch was in die hoogmis van het menselijke ego, het doodsbesef meer dan ooit aanwezig. Ook was er twijfel. Enerzijds keurde men materialisme en pracht en praal goed. Anderzijds was het stokpaardje van de Kerk de soberheid en het onvoorwaardelijke geloof in God.

Een tijd van extreme tegenstellingen. Een tijd waarin principes tegelijk werden platgewalst en opgehemeld. Een periode waar de bedelaar de hemel bereikt en de geestelijke het vagevuur. Een periode waarin zelfreflectie sluimerde. Kunst toonde immers kunde, kennis, pracht en overdaad, maar net daardoor werd ze zo kwetsbaar.
Vergelijkbaar met mijn beeldend werk. Dat schept een theater, een eigen wereld. Onbestaand echter zonder de echte wereld als haar basis.
Die barokke theatrale veelheid was doordrongen van iconografie. Zowel in de beeldende kunsten als in de architectuur, als in de handelingen en de etiquette. Alles was geladen met betekenissen. Zelfs elke beweging van de enscenering, elke groet, elke handeling, had een doel. Het doel was altijd bekend bij de toeschouwer en de speler.

Ondanks haar dynamiek, de overladen symboliek en het warme kleurgebruik( Pieter Paul Rubens), laat de barok toch een kille indruk achter. Een gevoel van leegte. Je voelt de aanwezigheid van de barre wereld van toen.
Letterlijk tracht ik de leegte weer te geven door mijn kale lineaire manier van werken. Pen op zijdepapier. Mijn manier van tekenen, van vatten, is bovendien op zich al licht. Soms naar het ijle, het zweverige toe. Toch staat daartegenover de scherpe snit van wát er afgebeeld staat. De tekeningen worden geassembleerd en vormen grote theaters, grote situaties, taferelen. Plastisch echter blijft alles transparant en fragiel. Alsof slechts één haal met een breekmes voldoet om er een eind aan te maken.

Ook speelt net als bij de barok, de trapvorm een hoofdrol. De trap als diagonaal of centraliserend element. De trap die je een vrijgeleide aanbiedt naar de ruimte. Zo speel ik daar letterlijk mee door trappen, tribunes, zuilengangen, gordijnen... af te beelden.
Zoals de kritiek op barok bij haar ontstaan: potsierlijk, bizar, overladen, vaag, bombastisch en lachwekkend, wil ook ik de aanvang van de beschouwing van de toeschouwer ensceneren. Ik leid de blik van de toeschouwer (theaterkijkers, visbokalen, trapladders om tekeningen goed te kunnen zien). Om ze dan te doorbreken, te hekelen. Doorbreken: omdat de symboliek niet bij het haar gegrepen is. Omdat de inhoud niet vrijblijvend is.

De opzet, opbouw van tentoonstellingen, is echter ook niet vrijblijvend. Net als bij de barok speel ik met de regels van de retorica bij mijn opstelling. Ik zoek naar aandachtspunten, maar meer nog naar leesbaarheid van de ruimte. Alsof het een geschrift betreft. Een klassiek geschrift dat met stijlfiguren doorspekt is en met een metrum gelezen moet worden.

Ten derde tracht ik mijn achtergrond als graficus open te gooien. Grafiek in de ruimte te presenteren. Tekeningen te verknippen, laten versmelten met bekende voorwerpen. Alles echter met een weloverwogen doelstelling in het achterhoofd. De verknipte tekeningen grijpen terug naar de rococo: het silhouet snijden. De versmelting met gebruiksvoorwerpen kun je bijgevolg zien als een enscenering. Een herkenbaarheid en een onbekendheid.

De volgende stap die ik zet is werkelijk theaters maken. Theaterzalen, theaterkokers, theaterbokalen... Ook daarin viert de transparantie en de leegte in de opstelling een grote rol. Elke coulisse is immers wit, als een nachtjapon waar alles doorheen schemert. Elke coulisse is echter ook een vrijgeleide naar de ruimte van het spel. Naar het theater.

“The prodigious example of medieval and baroque iconography instigated a cult of image that was not the least devotional but pragmatic, insofar as it stimulated us to fashion images in our own way. Hence no matter what images we muse upon, sacred or profane, we want them always bathed in the ‘obscure clarity’ of sanctuaries... Thus in our youthful eyes the act of figuration (painting, sculptures, etc) becomes a fascinating game, an ‘incantational’ practice...”

(‘Pierre Klossowski’ vertaald door Anthony Spira in ‘Pierre Klossowski’, Anthony Spira and Sarah Wilson, Whitchapel Gallery London, Hatje Cantz, 2006, 176 blz.)

Mijn leven voordien werd voor een groot stuk bepaald door ‘theater’. Zoals blijkt is ook mijn beeldend werk een theater. Net als mijn manier van denken,… Nu is het zo dat de link tussen dit alles ‘de oppervlaktebeweging’ zelf is: figuren die een betekenis geven aan de lege scène, aan zichzelf op de scène, om vervolgens weer in de coulissen te verdwijnen.

“Het leven is als een toneelstuk. Eerst speel je zelf de hoofdrol, dan een bijrol, dan souffleer je anderen en tenslotte zie je hoe het doek valt.”

(Winston Churchill)

..........Humor